Dood

Ik ben nog niet van plan dood te gaan. Nu is zo’n uitspraak de duivel verzoeken, maar zo’n uitdaging durf ik nog wel aan te gaan. Ook al weet ik ook wel dat in Matteüs 24:44 staat dat je waakzaam moet zijn en dat je dag noch uur kent. Maar dat gaat over de wederkomst van de Heer en het zou wel toeval zijn als dat samenvalt met mijn eigen verscheiden. In mijn krant van vandaag worden in de bijlage De Verdieping heel wat bladzijden volgeschreven over de dood en het sterven. Twee zaken die vaak door elkaar gehaald worden. Ze hebben wel met elkaar te maken, maar zijn toch geen synoniemen. Sterven doe je en dood ben je. Ik lees in de krant dat de meeste mensen het liefst thuis sterven. Het liefst volgens een ideaal filmscenario. Rustig in het eigen netjes opgemaakte bed, omringd door de gene  die je lief zijn. Zonder pijn en lijden. Of zoals ik beschreef in het gedicht ‘Levensles’ dat te lezen is op deze website, onder de knop ‘gedichten’. Maar doodgaan op die manier is voor de meeste mensen slechts een vrome wens. De meeste mensen, zo leert mijn krant mij, sterven in het ziekenhuis. En dat zijn nu net de instellingen die niet ingericht zijn op sterven, maar die zijn bedoeld om je in leven te houden. Daar heeft het personeel, dokters en verplegenden, voor doorgeleerd. Maar probeer maar eens, goed ziek en misselijk, onder dat regime uit te komen. Zo dat je rustig in staat wordt gesteld die drempel naar het absolute onbekende over te gaan. In de krant staan een aantal schrijnende verhalen van mensen die meemaakten dat het gammele leven van hun geliefde tegen ieders wil in gerekt werd.
Sinds een paar maanden hangt er aan mijn sleutelring een penning met daarop mijn naam, mijn foto en geboortedatum. Onleesbaar bijna staat in een kadertje mijn handtekening. En een tekst in rode kapitalen: REANIMEER MIJ NIET. Op de keerzijde staat: “Ik verbied iedereen, onder alle omstandigheden elke vorm van reanimatie op mij toe te passen.” Mocht u mij in enige omstandigheid als zodanig aantreffen, mijn sleutelring met penning zit meestal in mijn rechter broekzak. Zoals ik al zei, ik ben nog niet van plan dood te gaan. Maar als het zover is, weet u wat u te doen staat. Niets. Misschien alleen mijn hand vast houden en mij rustig laten gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *