Een uur

Het staat goed in mijn agenda. 12.30 heb ik de afspraak. Voor het verhaal doet het er niet toe wat voor een afspraak. Half een. Ik heb het destijds niet alleen goed afgesproken, maar de hele ochtend weet ik dat ik om half een elders moet zijn. Ik ben ruim op tijd op, tijd genoeg voor mijn krantje, mijn ontbijt. De ochtend ligt nog ongebruikt voor me. Ik hoef nog lang niet weg. Het is minder dan 20 minuten rijden naar mijn afspraak. Tijd te over. Rustig aan.Tijd genoeg.
Ik stap in mijn auto. Het navigatiesysteem laat mij weten dat ik om 11:23 uur ter bestemder plaats zal zijn. Ik zie dat, maar ik sla de informatie niet op. Ik start de auto en rij de straat uit, de polder in. De zon zet die in een betoverend helder licht. Het blauw van de lucht is nergens zo blauw als hier. Het water staat hoog, heel hoog, de uiterwaarden zijn ondergelopen, de rivier op zijn mooist. Statig en ongenaakbaar. Ruimte zoals ruimte bedoeld is. Het is genieten. Midden in een weiland dat nu deel van de rivier is een ooievaarsnest. Twee ooievaars. Hun snavels een felle rode streep tegen het blauw van de hemel. De torenklok van het kerkje in het dorp waar ik moet zijn geeft met gouden wijzers aan dat het 10 voor half twaalf is. Ik zie het, maar sla het niet op. “Mooi op tijd” denk ik nog wel. Ik parkeer mijn auto. Ga naar binnen. De mijnheer die mij ontvangt zegt dat ik wel erg vroeg ben. Hij weet dat ik een afspraak om half een heb. Over een uur. En dan dringt het tot mij door dat ik een uur te vroeg van huis ben gegaan. Het is alsof ik een uur heb weggepoetst. Wel gezien hoe laat het was, maar dat verkeerd vertaald. 12:30 werd half twaalf. Hoe? Waarom? In afwachting van mijn afspraak bestel ik een cappuccino en blader de krant door. Tijd genoeg daarvoor, tijd te over, meer dan een uur.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *