Frans

Vandaag is het de dag van de Franse taal. Een club van docenten Frans heeft deze dag als zodanig uitgeroepen. De bedoeling is het Frans op de middelbare scholen weer eens extra in het zonnetje te zetten en leerlingen aan te sporen Frans in hun pakket op te nemen. Voorwaar een loffelijk streven. Natuurlijk voert zo’n dag mij onmiddellijk weer terug naar mijn eigen middelbareschooltijd en mijn ervaringen met die taal. Ik had wel wat met Frans. Dat kwam natuurlijk ook doordat ik een keer of drie met een groep leerlingen van mijn school in de zomervakantie voor een paar weken naar Frankrijk vertrok. We gingen daar aan de slag als heuse bouwvakkers bij het opknappen van een parochiehuis en oud seminariegebouw, waar we ook op ongemakkelijke veldbedjes sliepen. Overdag werkten we door het schilderen van deuren en het plamuren van muren en ’s avonds waren we te gast bij Franse families voor een bete broods en de rest van de maaltijd. Onze gastheer in Frankrijk was een Nederlandse pastoor. Het was in de tijd dat Nederland nog net prieters genoeg had en het overschot elders zijn missionerende arbeid verrichtte. Deze reizen werden niet door de leraar Frans georganiseerd, maar door onze gymnastiekleraar, die bevriend was met de Nederlandse abbé. Tussen de middag werd er voor ons gekookt in het seminarie en natuurlijk werd ik verliefd op een van de kookstertjes, al wist ik toen nauwelijks  wat verliefd zijn was. Terug in Nederland heb ik haar vast nog wel een of wee brieven geschreven. Goed voor mijn Frans, maar of ik antwoord heb gehad?
Frans is een mooie taal, waarin ik een hele hoop fouten durf te maken. Daarbij natuurlijk ook gehinderd door mijn Nijmeegse tongval die van elke z een s maakt en van elke v een f.  En uiteraard is er een groot verschil tussen ‘voie’ en ‘foie’, maar uit mijn mond klinkt het op een station of ik niet naar spoor 4 vraag maar naar lever 4 en de Fransman kijkt mij onbegrijpend aan. Gelukkig is Gade dan meestal in de buurt om mijn foute uitspraak te corrigeren en zo komt alles toch weer goed.
Ik citeer zacht voor mij heen een stukje uit de Cid van Corneille, ooit in de klas gelezen met dank aan mijnheer Janssen, mijn leraar Frans. Mijn bijdrage aan de de dag van de Franse taal.

Een reactie op Frans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *