Freund

Ik bel hem een keer per jaar. Hij belt mij een keer per jaar. Op onze verjaardagen. Hij woont in Duitsland. Niet vreemd voor een Duitser. Hoe ik hem leerde kennen? Tijdens een Vierdaagse, lang, lang geleden. Hij logeerde bij mijn toenmalige schoonouders. Zoals heel veel Nijmegenaren hadden zij lopers in huis. Twee Denen en een Duitser. Bij een van de Denen zijn we nog een paar keer op bezoek geweest. Ex en ik en de kinderen. Ook al weer lang, lang geleden.
Toen mijn toenmalige schoonouders geen lopers meer in huis namen, kwam de Duitser bij ons te logeren. Ergens moet nog een gastenboek liggen dat Ex en ik toen bijhielden van mensen die bij ons overnachtten. Ik kan het nu even niet meer vinden, maar het is een rijke verzameling van gasten. Uit Zuid-Afrika, Schotland, Amerika en nog een handvol landen. De Duitser staat er ook in. Met foto. Gehurkt naast zijn VW-kever met de kinderen erbij. Hij kwam een aantal jaren op een rij. Drie, vier, misschien ook maar twee.
Heel veel later kwam hij weer. Inmiddels bij Gade en mij. Hij liep weer de Vierdaagse. Zijn vrouw vergezelde hem. Later kwam hij nog een keer. Alleen. Of hij door al die jaren ook een vriend werd? In ieder geval een Freund. Maar dat is toch iets anders dan een vriend.
En nu bellen we elkaar. Ieder een keer per jaar. We wisselen onze kwalen uit. Ik zet mijn hartfalen in tegen zijn reuma. “Wir werden alte Männer”, concluderen we vandaag. Hij nodigt, zoals in elk telefoongesprek, Gade en mij weer uit eens op bezoek te komen. “Es gibt hier auch schöne 18-Loch Golfplätze.” Ik leg hem uit dat dat voor mij nauwelijks wervend meer werkt. Ik vraag hem hoe oud hij vandaag wordt. “Ich bin ein Nuller.” Hij wordt 70. Toen ik hem leerde kennen was hij net 30. Een mensenleven geleden.
Ik wens hem nog een prettige Geburtstag. Over een paar weken zal dit gesprek zich zo goed als letterlijk herhalen. Met dat verschil dat hij mij dan belt. Zum Geburtstag.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *