Gêne

Ik beweer van tijd tot tijd en met stellige overtuiging dat ik in de loop der vele jaren twee dingen voorgoed voorbij lijk te zijn. En dat zijn de ambitie en de schaamte. En ook al heb ik er in deze kolommen vaker over geschreven toch nog maar er weer eens over reflecteren. Al was het maar om na te gaan of die beweringen niet alleen  een soort koketterie zijn, maar ook gestoeld op een oprechte overtuiging.
Wat de schaamte betreft geloof ik niet dat ik mij ergens diep voor geschaamd heb. Ik ben  op wat ik kan en kan leven met wat ik niet kan. Daarbij klamp ik mij geregeld vast aan wat een Vlaamse collega uit mijn tijd bij Scouting mij eens toevoegde toen ik dacht een leeropdracht helemaal verkloot te hebben, zo zelfs dat ik twijfelde aan mijn capaciteiten als trainingsfunctionaris en ik er helemaal doorheen leek te zitten. Hij verzekerde mij trots te zijn op wat ik kan. In het Vlaams klinkt dat nog vertrouwenwekkender: Ge moet fier zijn op wat ge kunt. Dat is sinds die tijd een soort lijfspreuk van mij geworden.
Van ver voor die tijd herinner ik mij twee momenten waarop ik gêne voelde. Allebei al van jaren her en allebei onderwijssituaties. Bij een van de eerste lessen Duits kreeg ik een leesbeurt en las in zinnetje ‘Die Stadt und seine Umgebung’ dat laatste woord als Umgebung, met de klemtoon op de verkeerde plaats. Klas buldert van het lachen en ik, ik begrijp niet waarom.
Eerder voorval. Hoofdrekenen. De broeder loopt door de klas, kijkt een jongen aan en zegt: “vier en zeventien.” “Eenentwintig,” is het prompte antwoord. Zo gaat hij de hele klas langs. Ik kom aan de beurt. Eitje denk ik, ben een van de betere leerlingen De broeder zegt: “Twee en twintig.” Ik wacht op het tweede getal om de som te kunnen afmaken, maar de broeder herhaalt slechts : “Twee en twintig.” Ik blijf stil, de broeder herhaalt het nog twee, drie keer. En dan, gêne alom, snap ik het. Ik begreep tweeëntwintig als getal, hoorde geen twee en twintig als som. En daar zat ik dan met al mijn slimheid. Nu na tientallen jaren ben ik die schaamte nog steeds niet echt voorbij en blijft het een krasje op mijn ziel. Heb het nu maar even niet meer over ambitie.

Eén reactie op Gêne

  1. Henk schreef:

    Juist die heel oude krasjes, vreemd, maar die wegpoetsen lukt niet. Blijven voor altijd aanwezig maar veranderen wel van kras naar anekdote.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *