Heeren

Ik ben sinds 1994 al lid van mijn mannenclub. Daar is in die club nog steeds veel over te doen, dat mannenclub zijn. Er is een stroming die vindt dat er ook vrouwen toegelaten zouden moeten worden. Ik behoor daar niet toe. Niet dat ik iets tegen vrouwen heb. Integendeel. Mijn beste vrienden zijn vrouw. Maar ik werd meer dan twintig jaar geleden lid van een mannenclub. Dat had en heeft zo zijn eigen charmes. Natuurlijk weet ik ook wel dat het haast een anachronisme is, een mannenclub. Het is haast niet meer van deze tijd waarin alles op de schop lijkt te gaan, alles wat maar een beetje neigt naar segregatie in een kwalijk daglicht komt te staan. Een tijd waarin Zwarte Piet gewoon Piet gaat heten en geen knecht meer mag zijn.Daar kan ik me heel wat bij denken. Van mij mag Zwarte Piet elke kleur hebben die maar denkbaar is, rood, groen, pimpelpaars met een blauw randje, ja zelfs wit. Maar welk verschil je ook weg wilt poetsen, er blijven mannen en vrouwen en dat ook in tientallen gradaties. Van macho naar watje, van manwijf naar doetje en alles daar tussen in en doorheen. En ondanks alles wat er tegen in gebracht kan worden vind ik dat er mannenclubs mogen blijven bestaan. Net zo goed als vrouwenclubs. In de sport is die scheiding nog steeds aanvaard. Mannen sporten met mannen, vrouwen met vrouwen, behalve dan bij korfballen en in tennis bij het gemengd dubbel. De uitzonderingen die de regel bevestigen. En bij het pupillenvoetbal dan? Die voetballen ook gemengd. Maar daar gaat het niet om mannen en vrouwen, maar om jongens en meisjes.
Ach misschien ben ik wel te veel behept met mijn opvoeding, mijn scholing. De kleuterschool was gemengd, maar daarna zat ik op een jongensschool, een HBS zonder meisjes en studeerde ik af bij de Katholiek Sociale Akademie voor Mannen.
Gisteren openden mijn mannenclub het seizoen met het traditionele Heerendiner. Met twee ee’s. Misschien wel net zo uit de tijd als het bestaan van een mannenclub.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.