Gelijkenis

Ik sta minimaal twee keer per dag voor de spiegel. Bij het ochtendritueel en het avondritueel. Scherend of tandenpoetsend. De meeste keren kijk ik achteloos langs mij zelf heen, in gedachten elders. Ik kijk, maar zie eigenlijk niets. Soms zie ik mezelf wel staan, maar herken me nauwelijks. Ik weet dat ik het moet zijn. Het spiegelbeeld geeft mij terug zoals ik er uitzie, maar toch is het of ik in de ogen van een vreemde kijk. Ogen die weliswaar net zo blauw zijn al die van mij, maar toch van een ander lijken te zijn. De neus, de mond, mijn snor en sikje, zo komen me allemaal bekend voor, maar het is toch of ik het niet ben. Het beeld dat ik van mezelf heb strookt niet met dat wat ik in de spiegel zie. In die spiegel zie ik een buitenkant, maar zie geen gevoelens, geen blijdschap, angst of verwachting. Ik zie een vorm, geen inhoud. Mijn spiegelbeeld zal vast uiterlijk wel op mij lijken, maar ik ben het niet. Het is zoals ik er uitzie, niet wat ik ben.
Laat duidelijk zijn, slechts af en toe bespringen mij deze gedachten als ik voor de spiegel mijn tanden sta te poetsen. Meestal staar ik in de verte of meer nog naar binnen, daar waar ik meer dan mijn spiegelbeeld ben. En als ik mij sta te scheren let ik in de spiegel vooral op het mes want voor je het weet loopt er een bloedige streep door je zelfbeeld.
Dat gevoel dat ik van tijd tot tijd voor de spiegel heb, komt ook terug als ik naar foto’s van vroeger van mezelf bekijk. Ik weet dat ik dat moet zijn, die jongeman, dat kind op die zwart-wit foto van destijds. En vaag herinner ik mij dan ook weer wat ik toen dacht te voelen. Maar zeker weten? Beeld en werkelijkheid, soms lijken ze op elkaar, maar even vaak verschillen ze hemelsbreed.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *