Hunkering

In twee gedeelten bekijken Gade en ik de laatste aflevering van ‘Zomergasten’ met David van Reybrouck. Nee, ik heb ‘Congo’ niet gelezen, ken verder ook niets van zijn werk, maar geniet van het gesprek. Of eigenlijk vooral van de prachtige monologen van Van Reybrouck en de keuze van zijn beeldfragmenten. De interviewer voegt weinig tot niets toe. Van Reybrouck heeft geen vragen nodig. Hij vertelt ook zo zijn verhalen wel. In de loop van avond laat hij een paar keer het woord ‘hunkering’ vallen. Voor mij een van de mooiste Nederlandse woorden. Een woord dat in zijn klank alleen al zijn betekenis verraadt. De letters, die u-n-k combinatie verklanken voor mij dat rusteloze ongeduldige verlangen. Hunkering, een prachtig woord. Nu al meer dan 20 jaar geleden ging ik van dat woord houden. Het was in de tijd dat ik bestuurslid was van een Nijmeegse theatergroep. Op het repertoire van die groep, die overigens al weer heel lang ter ziele is, stond een stuk van Cees van der Pluijm. In ‘Van Nieumeghen’ gaf de schrijver een eigenzinnige kijk op de Mariken van Nieumeghen. Hij splitste de Mariken-figuur in tweeën, een jonge en en oude Mariken. Een die beleeft en een die terugkijkt. En aan het eind, helemaal aan het eind, door iedereen verlaten,  overdenken ze wat was: “Nu vliegen vogels achteruit en worden kleiner/het nest valt in een takkenhoop uiteen/ De jongen kruipen kermend in het ei/ Er jagen wolken door de grauwe lucht/ te hard, te snel om nog te volgen/ Ik hoor de echo van mijn woorden voor mij uit/ Er breekt iets, scheurend, zeurend als een pijn/ En het verdwijnt; alleen de hunkering/ Die blijft, de hunkering die blijft, de hunkering.”
De première van het stuk was  op 6 februari 1995. Het is op die dag dat Van der Pluijm mij van het woord ‘hunkering’ laat houden en misschien van wel meer dan het woord alleen. ‘Hunkering’, een woord om te koesteren, een gevoel om te koesteren.

Een reactie op Hunkering

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *