Formatie

Er waren of zijn eens twee mensen. Ze houden niet van elkaar. De een is een beetje een sufferdje dat al jaren bij zijn moeder blijft wonen, de ander is een vuige rat die recht praat wat krom is en zo nodig omgekeerd. Ze moeten trouwen. Het is een zakelijk belang dat hen bindt en dat alleen gered kan worden door een huwelijk. En er is nog een derde in het spel. Een zakenpartner, waar ze niet om heen kunnen. Nee, met hun relatie wil hij verder niets van doen hebben, dat zoeken ze samen maar uit, maar het moet wel in zijn kraam passen. En straks als het huwelijk gesloten is zal hij vast van zich laten horen. ‘Pas maar op’,belooft hij.
De voorbereidingen voor het huwelijk zijn in volle gang. De ceremoniemeester heeft het erĀ  maar druk mee. Dan lijkt er ook nog een kink in de kabel te komen. De rat blijkt toch een geweten te hebben en gaat bij zich zelf te rade. Wel twee dagen laat hij niks van zich horen. Dan blijkt dat hij zijn geweten gesust heeft. De ceremoniemeester kan rustig verder aan de slag met de voorbereidingen. De uitnodigingen kunnen worden geschreven, het zaaltje besproken.
Ik ben ambtenaar van de burgerlijke stand. Bij de meeste huwelijken heb ik een heel goed gevoel. Twee stralende mensen, vol toekomstverwachtingen die allemaal goudgerand zijn. Soms, maar dat is ook maar een heel enkele keer, denk ik, als ik met de toekomstige echtelieden spreek: ‘Doe het toch niet. Jullie hebt niets bij elkaar te zoeken. Erger nog je zult niets bij elkaar vinden.’
Dat gevoel heb ik ook in dit geval. Ik ben blij dat ze niet in Nijmegen trouwen. Hoef ik dit huwelijk in ieder geval niet te sluiten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *