Tessel

Onze straat is vergeven van de katten. Op de eerste plaats onze eigen Thomas, naast ons de brede rode Bertje, van verderop de kleine rooie, van wie we niet weten hoe hij heet. Net om de hoek woont Napoleon en bij ons tegenover George en zijn zusje, die alleen aan een lijntje nog buiten mogen. Om de andere hoek huist een dikke grijze kat, die zou groot is dat alle buurtkatten, met ontzag voor hem wijken als hij af en toe bij ons in de straat op bezoek komt. En dan is er Nikki, een poes in de vorm van een theemuts. Die is van de buurvrouw van de andere kant. Maar de buurvrouw had ook graag een hondje. Of liever een hond. En zo kwam er een week geleden en mooie kleine herder naast ons wonen. Met alle charmes van een pup. Zachte haren, een ontwapenende blik, flappige oren en een voortdurend kwispelende staart. Mijn angst dat ik als buur opgescheept zou worden met een nachtelijk voortdurend jankende jonge hond werd niet bewaarheid. Als buurhond was Tessel, zo heette ze, werkelijk voorbeeldig. Wij hadden nergens last van. De buurvrouw wel. Want Tessel vroeg alle aandacht. Ik heb geen flauw benul hoeveel dat is. Van jongs af aan ken ik alleen katten als huisdier. Die gaan hun eigen gang. Maar pups blijkbaar niet. Tessel bleek, als ze niet sliep, een handenbindertje en buurvrouw kwam nergens meer aan toe. Haar werk schoot er bij in, lezen kon niet meer. Een pup opvoeden bleek een dagtaak. En bovenal voelde poes Nikki, de theemuts, zich heftig in haar wiek geschoten met zo’n jonge indringer in haar territoir.
Gisteren is Tessel weer naar haar moeder gegaan. De buurvrouw verheugt zich op een nieuwe hond. Na haar pensioen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.