Kiespijn

Nee, ik heb geen kiespijn. Gelukkig maar, want kiespijn is vervelend, heel erg vervelend. Het is dan vaak een zeurende pijn die het zo goed als onmogelijk maakt om geconcentreerd met wat dan ook bezig te zijn. Ik heb wel last gehad van kiespijn, maar er was dan gelukkig elke keer weer de tandarts die het euvel wist te verhelpen. Soms door wat restauratieve ingrepen, een enkele keer ook door het verwijderen van de opspelende kies die volgens de tandarts geen enkel functie meer had. Ik geloofde haar op haar woord en de praktijk wees uit dat zij het bij het rechte eind had. Ook zonder die kiezen leefde ik rustig verder. Angst voor de tandarts is mij dan ook vreemd. Komt ook doordat ik jaren geleden liefdevol behandeld ben door een universiteitstandarts die in zes sessies elke twee maanden het achterstallige onderhoud van mijn gebit corrigeerde. Mijn tandarts van toen nam onderhoud niet zo serieus hetgeen een verwoestende invloed had op ontstoken tandvlees. Met academische precisie is dat toen verwijderd. Sinds die tijd eet ik met lange tanden.
Nu kan ik met wat van mijn gebit resteert, aangevuld met wat kronen en een brug uitstekend uit de voeten.
In mijn vroege jeugd werd ik door mijn vader naar bed gebracht. En als ik daar lag sprak mijn vader, na mij een kruisje op het voorhoofd gegeven te hebben, een altijd weer hetzelfde gebedje uit waarin Kindje Jezus klein gevraagd werd mijn hartje rein te houden en mij te beschermen tegen het doen van zonden. Vervolgens kwam dan driemaal de mantra “Jezus, red Rusland” die ik toen niet en nu nog niet begreep en eindigde dit ritueel met drie Weesgegroetjes voor de H. Appolonia, de beschermheilige die tand- en kiespijn in haar pakket heeft. De reden daarvoor werd mij pas duidelijk toen ik er achter kwam dat mijn vader een vreselijk slecht gebied had, waar van nog maar weinig restte.
Vandaag moest Gade naar de tandarts voor een wortelkanaalbehandeling die zo gecompliceerd is dat zij naar een daarin gespecialiseerde arts is doorverwezen, waar zij zich morgen moet melden. Misschien vanavond voor het slapen geen toch ook maar weer eens drie weesgegroetjes voor de H. Appolonia.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.