Kluizenaar

Ik heb soms het gevoel dat ik aardig op weg ben een kluizenaar te worden of ten minste een kloosterling. Een kluizenaar heeft geen gezelschap om zich heen. Hij leeft zijn eigen leventje in een dodelijke maar ook geruststellende regelmaat. De ene dag volgt op de ander, de ene dag lijkt op de ander volgens een  vast ritme. Nee, dan ben ik toch meer een kloosterling. Zelfde routine en regelmaat, maar wel in het genoeglijke gezelschap van een ander. En als ik alles wel beschouw voel ik me daar redelijk senang bij. Ik hoef niet zo veel meer, voel weinig aandrang er op uit te trekken, kies voor mijn eigen vrijwillige quarantaine. Misschien een beetje laf, maar het oude gezegde luidt toch niet voor niets liever blô Jan, dan dô Jan.
Het verbaast me hoe snel de mens, ik in ieder geval, went aan de nieuwe omstandigheden. Omstandigheden die niet zo veel verschillen met hoe het was toen we nog dicht bij elkaar mochten zijn en 1½ meter nog gewoon 150 cm was en niet de maat was van een in acht te nemen minimale afstand tot de ander.
Soms beangstigd mij wel het idee dat het omgaan met elkaar nu, op afstand, het nieuwe normaal zal worden. Dat het Virus zo violent zal blijven dat de maatregelen permanent ons bestaan zullen beïnvloeden, zullen bepalen en dat contacten alleen maar via schermen en beeldtelefoon zullen lopen. Een gemechaniseerde maatschappij, waarbij we niets anders meer dan via ‘Zoom’of ‘Skype’ met elkaar verkeren en sommige zintuigen niet meer geprikkeld worden omdat we elkaar dan misschien wel kunnen zien en horen, maar niet meer kunnen voelen of ruiken.
Mijn kluizenaarsbestaan is nu nog goed vol te houden omdat ik me nog niet kan voorstellen dat het nooit meer anders wordt. Maar het wordt anders, heel anders. Anders dan ik kan bevroeden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *