Leeg

Halverwege. Liever halvertijd. Vier dagen geleden vertrok mijn gade. Over vier dagen zal ze weer thuis zijn. Terug van haar jaarlijkse stilte-meditatiedagen. In een Achterhoeks klooster verfrist ze in stilte mediterend. Zitten en lopen, niet spreken, zelfs niet tijdens de maaltijden. Om 21.00 uur naar bed. Om 06.00 uur op. Acht dagen lang.
De zelfde acht dagen heb ik het huis voor mij alleen. Normaliter ben ik overdag altijd alleen thuis. Zij werkt haar drukke werk en ik leef mijn vut-bestaan. Een opeenstapeling van zelf gekozen activiteiten in een zelf bepaald steeds trager tempo. Acht nachten slaap ik alleen. Ook niet ongewoon, want toen zij nog in Amsterdam werkte, bleef ze ook een aantal nachten door de week daar en bleef het bed half leeg. Maar nu voelt het toch anders. Anders dan gewoon door de week, de andere 51 weken van het jaar (behalve dan natuurlijk de vakanties, als we met ons tweeën alleen zijn). Het huis is overdag net zo leeg of vol als anders en ook weer niet. Ik ervaar verschillende soorten leegtes. De leegte van deze week is nu niet gevuld met de verwachting dat die vandaag  dadelijk of straks of nog iets later weer gevuld wordt met haar aanwezigheid. Om half zeven zal ik niet de deur horen en ik merk hoe geconditioneerd je bent door de aanwezigheid van de ander of beter nog door de verwachting naar de aanwezigheid van de ander. En zo wordt deze week in dit lege huis mijn eigen meditatieweek. Natuurlijk heb ik mijn gewone afspraken. Een bestuursvergadering, een koffievisite, een huwelijksvoorbereiding, maar ik voel me ook zoals dat wel genoemd wordt een “onbestorven weduwnaar”.
Mijn hele leven ben ik moeiteloos van de ene relatie in de andere gerold. Alleen zijn is niet zo mijn stiel. Zo’n louterend weekje, merk ik, kan geen kwaad.
Ik maak, net als anders, een kopje koffie voor me zelf. Noemen ze dat ook niet een bakkie troost?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *