Lien, haar moeder en de tandarts

Lien had ik nog nooit gezien. Nu had ik een afspraak voor een kop koffie met haar moeder op een zonnig terras. Een afspraak net voordat ik naar de tandarts moest. Over die afspraak zul je mij vandaag verder niet veel horen. Tandartsbezoek is een vast geregeld gebeuren in mijn zo geordende bestaan. Daar kun je bijna de klok op gelijk zetten. Om de drie, vier maanden neem ik plaats is de behandelstoel die in een comfortabele ligstand wordt gezet en lijdzaam onder ga ik de activiteiten van de mondhygiëniste en de controle van de tandarts. We kennen onze rol in dit geregelde gebeuren en spelen die naar behoren. “Mond iets verder open.” “Goed zo!” “Spoelen en het viel weer mee, niet waar.”  De teksten zijn voor de tandarts en de mondhygiëniste. Ik excelleer in het stille spel.
Lien hoeft nog niet naar de tandarts. Lien heeft nog maar 1 tand, Lien is 8 maanden. Lien is met haar moeder mee. Haar moeder werkte in het koffiecafeetje bij mij op de hoek. Zij was een van de redenen waarom ik met genoegen een kopje cappuccino daar dronk. Maar het koffiecafeetje ging in andere handen over en de moeder van Lien werd vooral de moeder van Lien. Daar was zij druk genoeg mee. Maar nu is er gelukkig even tijd voor een koffie op dat al genoemde zonnige terras. Ik geniet ervan de moeder van Lien weer eens te ontmoeten. Lien zelf kijkt mij een hele tijd gebiologeerd aan. Vorsend. Dan breekt er een grote glimlach door. Ik word geaccepteerd. Het klopt: de glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft. Ik zing van de maneschijn, twee emmertjes water halen en van je ras, ras, ras. Het is allemaal goed aan Lien besteed die vrolijk mee hupt op de schoot van haar moeder.
Het wordt tijd voor mijn afspraak bij de tandarts. De moeder van Lien is op zoek naar een nieuwe tandarts. Ik zal vragen of mijn tandarts nog patiënten aanneemt. Dag Lien, dag moeder van Lien, tot gauw.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *