Mantelzorg

Vanochtend was ik weer even mantelzorger. Raar woord. Alsof je pluisjes van iemands jas haalt, zodat ie er weer piekfijn uitziet of een verkeerd zittende kraag weer goed plooit met het zelfde resultaat. In mijn Dikke-van-Dale komt het woord mantelzorg nog niet voor. Nu is dat wel een uitgave uit 1984, maar toch vraag ik mij af of er toen ook al niet gemantelzorgd werd, maar noemden we het heel anders. Het Groene Boekje kent mantelzorg, mantelzorger en mantelzorgster wel. Mantelzorgen niet. Alsof dat geen werkwoord zou zijn.
Vanochtend mantelzorgde ik dus even. Maar het was eigenlijk geen mantelzorg, want die is langdurig of minstens 8 uur per week. Mijn werk is te incidenteel in duur en frequentie. Van tijd tot tijd breng ik een buurvrouw met de auto naar haar fysiotherapeut in een belendend Brabants dorp. Op minder de 20 minuten van de stad beland ik in een decor dat ongekend mooi is. Volmaakt onstedelijk. Velden en klinkerstraten, kerken en parochiehuizen, uitspanningen en dorpspleinen. De namen horen zo bij de streek: Reek en Zeeland, Schaijk en Herpen. Het ene verkeerslicht dat alleen door voetgangers is te bedienen, wordt gekoesterd. Het dorp waar ik de buurvrouw heen breng, heeft nog de hoge bomen langs het tuinpad van hun vaders. En het geurt er nog naar buiten en toen. Om het pleintje staan geen oude huizen meer, maar tussen de hoge bomen parkeren de auto’s van de patiĆ«nten van de fysiotherapie, het tandheelkundigcentrum of de dokterspost. Die huizen in moderne vierkante blokkendozen. En toch wint het dorp het nog steeds van die ratsj-ratsj-architectuur. Misschien wel om dat de bakker nog gewoon bakker heet en niet bakkerette of zo’n fantasy-naam waarmee in de stad de ene bakker zich van de andere denkt te onderscheiden.
Ik rij mijn buurvrouw weer terug naar huis. Zet haar af en realiseer me dan dat mijn mantelzorg gewoon burenhulp heet. Dat woord kent mijn oude Dikke-van-Dale wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.