Mes

Gisteravond was weer de eerste uitzending in het nieuwe seizoen van een van mijn favoriete programma’s. Ik ben sowieso gek op quizzen en vraagspelletjes, maar dit staat toch op nummer 1: Met het mes op tafel. Dit seizoen niet meer als NPS-programma, maar nu onder de hoede van MAX, de omroep voor de oudere mens. Ik voel me steeds meer gelegitimeerd van het Mes te houden. Waar komt die voorkeur vandaan. Legio redenen. Het decor, gelukkig door MAX geheel in tact gelaten. Een gezellig café, met een wat verlopen uitziende tingeltangelpianist, de virtuoze Martin van Dijk en een barvrouw die er uitziet zoals een barvrouw er uit moet zien, Mylou Frencken. Als ik ooit mee zou doen, (ik heb me wel eens opgegeven, maar werd niet uitgenodigd, terwijl ik toch geglorieerd heb in “Ik weet het beter” en “Cijfers en Letters”) zou ik het niet erg vinden er gauw uitgegooid te worden en dan lang bij Mylou aan de bar te mogen zitten. En met haar praten over jong doodgaan en voorbije liefdes. Een paar jaar geleden werd zij weduwe, dat klinkt nog droever dan zeggen dat haar man Bert Klunder plotseling stierf. Kijken naar Mylou in het Mes is denken aan de dood, mooi denken aan de dood.
En dan is er natuurlijk Joost Prinsen. Ik heb hem een paar keer ontmoet en logeerde zelfs ooit een nacht in zijn Amsterdamse huis, zo’n 40 jaar geleden. Zijn zus is  een goede vriendin, nog uit mijn academie-tijd. Zodoende. En er was een feest, lang, lang geleden. Joost was er ook. Op een gegeven moment, vraag niet waarom, ruilden we van trui en hij voegde me toe: “Zolang ze van ons blijven denken dat we gek zijn, kunnen we ons alles permitteren.” Een van de motto’s die ik sindsdien mijn leven lang gekoesterd heb.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.