Toegift

Ik heb aan niet veel dingen echt een hekel. Soms cultiveer ik wel een hekelgevoel. Dat geeft me het idee dat  zelfstandig kan denken en keuzes kan maken. Want als je ergens hekel aan kunt hebben, kun je ander dingen juist weer meer waarderen. Het bestaan schreeuwt tenslotte, en dan bedoel ik echt ten slotte, helemaal aan het einde om evenwicht.
Gisteravond waardeerde ik het eerste concert van dit seizoen van de Nijmeegse Stichting voor Kamermuziek zeer. Drie virtuoze muzikanten brachten onder andere Schuberts Piano Trio nr. 2 in Es, D 929 ten gehore. Ten gehore in deze is een te beperkte uitdrukking. Zij brachten dit stuk pure muziek als een totaal lichamelijke ervaring. Het is dan net of mijn hoofd van boven opengaat en de muziek zo binnenstroomt. Mooi dus, zeg maar prachtig. Na zo’n concert zit ik helemaal vol muziek. Er hoeft dan niets meer bij. Maar dan gaat er geapplaudisseerd worden. De massa gaat bekant uit zijn grijze bol. En smeekt, zich de handen rood klappend om een toegift. Ik zelf probeer dan al stil weg te sluipen. Niet omdat ik het niet mooi vond. Integendeel. Maar om het genotene een plaats te geven. Toegiften zijn maar een raar fenomeen. En als er bij zo’n concert al sprake zou moeten zijn van een toegift, dan zou die van het publiek moeten komen. Uit een leegstaande kerk is vast nog wel een collectezakje te vinden, dat dan rond zou kunnen gaan en waarin wij onze extra waardering voor het gebodene tot uitdrukking zouden kunnen brengen. Ik hou niet van toegiften. Ik vind ze ongepast. Net zoals ik me een enkele maal vergrijp aan een extra toetje. Geeft ook een te vol gevoel. Niet doen. En als de kunstenaars toch iets meer willen doen, laat ze dat dan gewoon programmeren. Weet ik ook hoe gedoseerd ik moet luisteren.
Ik heb een heel mooi leven, maar ook daar zit ik niet op een toegift te wachten. Als het voorbij is, is het mooi geweest.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *