Nalatenschap

De boekverkoper spreekt mij aan. Ze hebben zojuist de nalatenschap verworven van een onlangs gestorven Nijmeegse dichter en recensent, jarenlang verbonden aan de universiteit. Zijn immense collectie poëzie staat nu in hun magazijn om de komende tijd gedoseerd opgenomen te worden in hun winkelvoorraad tweedehands boeken. Als ik wil, mag ik er even in grasduinen. Natuurlijk wil ik dat. De boekverkoper voert mij naar de krochten van zijn winkel. Lange betonnen gangen, opslagruimte van niet verkochte agenda’s en kalenders en voorraadschuur van nog niet verkochte boeken. Nog weer een hoek om, weer een gang en dan is daar het magazijn met stellingen vol stapels en de nalatenschap. Planken vol bundels, verzameld werk, bloemlezingen. Nog niet geordend, niet op alfabet, niet op periode. Geen enkele rangschikking, maar veel, heel veel van alles door elkaar. Opvallend is hoe de dichtbundeltjes allemaal op elkaar lijken. Dunne boekjes zonder veel opsmuk. Ik voel me als Liesje in luiletterland. Ik weet niet waar te beginnen. De boekverkoper laat me alleen: “Kijk maar lekker op je gemak. Als er iets van je gading bij is hoor ik dat wel. Ik zie je voor wel weer.”
Ik weet niet waar te beginnen. Willekeurig pak ik er wat titels uit, blader ze door en zet ze weer terug. Sommige boekjes zijn uitbundig van strepen en aantekeningen voorzien. Minutieus potloodschrift, uitroeptekens. Het is of ik door de ogen van de overleden recensent weer sommige gedichten lees. Ik blader door de postuum uitgegeven bundel van Vasalis. Door een gedicht staat een streep. Er onder staat ‘Niks’. Er is duidelijk harder op het potlood gedrukt dan bij de andere meer analytische opmerkingen.
Dan op een hoge plank ontdek ik mijn eigen bundeltje. Het ziet er vrij ongelezen uit. Geen kreukels in de kaft. Maar op een pagina staat in de marge toch een potloodstreep. Om wat voor reden dan ook heeft hij vier regels aangestreept:
“De lente wil nog steeds niet komen
Maar wat maakt dat mij nu nog uit
Jouw glimlach deed de zomer komen
En alle rozen lopen uit.”
Ik durf het potloodstreepje in de marge niet te duiden, maar ik weet dat ik gelezen ben. En dat is  een troostrijke gedachte.
Voor een paar euro koop ik een bundel van Leopold Nolens.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *