Nicht

Ik zag dat ik een telefoontje had gehad. Het nummer in de display zei mij niks. Nu ken ik nog maar heel weinig nummers uit mijn hoofd. Ik reken op het geheugen in mijn telefoons. Daar worden de nummers in bewaard. Ik belde het nummer. Het blijkt een volle neef van mij te zijn. Ik hoor verwijt in zijn stem als hij mij vraagt of ik mijn voicemail niet heb afgeluisterd. Nee, dat heb ik niet. Ik ben daar tamelijk lui in. Zeker in het afluisteren van de mail in mijn vaste telefoon. “Ons Ria is dood.” Ik hoor de snik in zijn stem als hij zonder verdere omhaal deze mededeling doet. “Ons Ria is dood.” Daarmee is alles gezegd wat er te zeggen valt. Een bericht tot zijn essentie teruggebracht. Het lijkt of hij niet meer wil vertellen. Dit moet voldoende zijn. In onbeholpen woorden betuig ik mijn medeleven met het overlijden van zijn zus. In fragmenten krijg ik toch de rest van het verhaal te horen. Hoe snel het uiteindelijk is gegaan, hoe onontkoombaar het einde toen plotseling leek en dat hij haar zal missen, heel erg zal missen.
Gistermiddag was de crematie. Het gezelschap ziet er niet erg crematie-achtig uit. Weinig colberts, nauwelijks stropdassen. Veel zomerse bloezen met korte mouwen. Wat wil je ook met 35º Celsius. Dat weer hoort niet bij een uitvaart. Te veel zon, te veel blauw voor zo’n plechtigheid.  Ik ben niet naar de kerkdienst geweest. Ik neem in het crematorium afscheid van mijn nicht. Doe dat vooral daar mijn neven te condoleren. Een stevige hand. De familie van die kant is niet zo van de omhelzing. Hoeft ook niet. Een stevige hand en elkaar even diep aankijken. Bevestigen dat we familie zijn en verdriet hebben.
We zullen elkaar als het goed is weer zien op de verjaardag van een van de neven. In december. Als we elkaar eerder ontmoeten is het omdat er weer iemand gestorven is. We beloven dat december vroeg genoeg is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *