Preventie

Hoeveel zekerheid wil een mens in zijn leven hebben? We verzekeren ons tegen alles en nog wat en in de krant stond een tijdje geleden dat de gemiddelde Nederlander tamelijk oververzekerd was. Ik reken mij zelf geregeld gemakshalve tot de gemiddelde Nederlander, dus ik zal ook wel oververzekerd zijn. Een adviseur vertelde mij ooit dat een begrafenisverzekering iets volstrekt overbodigs is. Er is in ons land nog nooit iemand onbegraven gebleven na zijn dood. We verzekeren ons dus zelfs voor na ons overlijden. Wij verzekeren ons over ons graf heen. En dat alles in het kader van preventie. We verzekeren ons voor het geval dat onze auto in elkaar wordt gereden, ons huis afbrandt , een inzittende iets overkomt en een bal door de ruit wordt geschopt.  We bannen het risico niet uit, maar proberen de financiële schade af te dekken of vreemder nog zetten een premie op het overlijden van een partner of kind. De mensheid is behept met preventie. Zo zit ik nu te wachten op de schoorsteenveger. Elk jaar komt hij lang om, inderdaad, mijn schoorsteen te vegen. Dat zorgt dan voor een goede trek van ons houtkacheltje, voorkomt een mogelijke schoorsteenbrand en het is nodig voor de verzekering. Die eist een goed geveegde schoorsteen om ongerief en schade te voorkomen. Ook zij doen door de veegeis aan preventie.
Als de schoorsteenveger is geweest ga ik weer na mijn wekelijkse gymnastiekuurtje. Preventie voor verdere aftakeling. Vanmiddag bezoek ik ook nog naar mijn huisarts voor de jaarlijkse griepprik. Er zijn deskundigen die zeggen dat het de meest overbodige injectie is die er bestaat, want dat de werking minimaal is. Maar volgens de uitnodiging van mijn huisarts hoor ik bij wel drie doelgroepen. Dus neem ik maar het zekere voor het onzekere. Loop natuurlijk de kans overgeïnjecteerd te worden, maar misschien is dat toch nog beter dan straks een fataal griepje te krijgen en te bedenken: “Had ik me toch maar”.
Robert Long zong lang gelden al dat het allemaal angst is. Kan wel zijn, maar dan toch maar liever blô Jan dan dô Jan. Dat laatste kan ik nog lang genoeg zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *