Puinzak

Het huis van mijn nieuwe buurman is volledig gestript. Het is nog minder dan een casco. De muren staan in zes grote puinzakken in zijn voortuin. Elke zak bevat ongeveer 1.700 kilo van wat eens een huis uit de twintiger jaren van de vorige eeuw was en wat dat betreft zo overgebracht had kunnen worden naar het Openluchtmuseum. Alles er aan was nog authentiek, zoals in 1928 gebouwd. En nu ligt het klaar om afgevoerd te worden. Ook dat doet de nieuwe buurman zelf. Hij komt met een vrachtwagen ons kleine straat je binnengereden, een vrachtwagen veel te groot voor dat straatje en veel te groot om in dit stukje helemaal te beschrijven. Groot en rood met een ingewikkeld hijsmechanisme op de laadbak. De nieuwe buurman manoeuvreert het gevaarte tot dichtbij zijn voortuin en neemt plaats op het bedieningsstoeltje van de hijskraan. Ik wil het van heel dichtbij bekijken. Hoe hij de puinzakken over een 2,5 meter hoge coniferenrij in de laadbak deponeert. Als kind had ik een speelgoedhijskraantje waarvan de grijper echt open en dicht kon en waarmee¬† ik heel wat suiker van het ene schaaltje in het andere heb getransporteerd. Maar dit was het echte werk. Samen met een andere buurman assisteerde ik nu de buurman-kraandrijver. Wij staken de haken van de kraan door de lussen van de puinzakken. Millimeterwerk met een groot gevaarte en zware puinzakken. Met handgebaren geven wij aan de buurman-kraanmachinist aan iets hoger, iets verder, iets meer terug, duim omhoog, hijsen maar. Volgens de ARBO-wet zouden wij bij dit klusje vast een veiligheidshelm hebben moeten dragen en werkschoenen met stalen neuzen. Onze handen worden wit van het puinstof. Een triomfantelijk gevoel. Dit is nog veel mooier dan het verplaatsen van suiker jarengelden met mijn kinderkraantje. De nieuwe buurman zet de puinzakken alsof het legoblokjes zijn strak tegen elkaar in de laadbak van de grote vrachtauto. Die is van het bedrijf van zijn vader. Met even groot gemak zet hij drie pallets met stenen van de vrachtauto in zijn voortuin. Om zijn huis weer op te bouwen. “Wat gemaakt is vraagt om vernietiging, opdat de schepping voort kan gaan” dichtte Bert Schierbeek toch niet voor niets.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *