Rek

Het was weer maandag. Er moest dus weer gegymnastiekt worden. Mijn lichte aversie daartegen heb ik meermalen geventileerd. Evenals het genoegen dat het toch ook weer oplevert. De bevrediging van een uurtje wat intensiever lichamelijk bezig zijn. Fietsen, crossen, roeien, buikspieroefeningen, aan de gewichten trekken. Dat soort dingen. Een beetje zweet, een beetje hijgen en dat tot aan de grens van wat het hart nog aan kan. Kijken hoeveel rek er nog in zit. Eigenlijk het zelfde wat de komende dagen weer in de Tweede Kamer gaat gebeuren. Kijken hoeveel rek er nog in zit. Hoeveel kan dit land nog aan voordat het knapt. Ik word er niet vrolijk van. Ik ben blij dat ik in 1945 geboren ben en nog heb meegemaakt dat de bomen tot in de hemel groeiden. Nu zijn ze al dood voordat het plantgat goed en wel gegraven is. Als ik mijn pessimisme met Gade deel, merkt zij fijntjes op dat we toch nog weinig van welke crisis dan ook hebben gemerkt. We eten geen boterham minder, kopen elk boek dat we willen en boeken de vakantiebestemming waar we ook heen willen. Er zit dus nog wat rek in. Voor ons, ja. Maar voor de rest ben ik niet zo optimistisch gestemd. Het lijkt of veel op zijn laatste benen loopt. Op de eerste plaats ikzelf, maar ook onze cultuur, onze maatschappij. We leven in een eindtijd. Kan ik eindelijk het woord eschatologisch weer eens gebruiken. Want dat is de tijd waarin we leven. Waar we dan uitkomen? Niet in de hemel. Want de bomen groeien immers niet meer zo ver dat we die kunnen gebruiken om daar naar toe te klimmen.
Maar misschien valt het mee. Hebben we gewoon met zijn allen een beetje spierpijn van de rekoefeningen die de regering ons oplegt, zoals ik nu mijn bovenbeen- en buikspieren voel van de oefeningen gisteren.

Een reactie op Rek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *