Rust

“Misschien heeft god zich ook wel zo gevoeld toen die zich, koesterend in de zo net geschapen zon, in zijn achtertuin wat zat te mijmeren.”
Ik zit op een beschut plekje. De zon heeft hier vrij spel. Het is aangenaam. Er is alleen maar stilte. In de verte zoemt zacht de stad. De boze buitenwereld lijkt ver weg, heel ver weg. Niets doen, er alleen maar zijn. De kat strijkt langs mijn benen. Gedachten gaan en komen. Zinnetjes dwarrelen door mijn hoofd. Onzinnetjes. “De wereld draait op kousenvoeten.” Het is of ze haar adem inhoudt. De zon tekent zachte schaduwlijnen. Ik zie de tijd bewegen. Mijn achtertuin is mij voor nu wereld genoeg.
Soms moet je het daarbij laten. Weinig is dan genoeg. Meer dan genoeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *