Sterfdag

“Een koude dag met gemiddelde temperatuur van 3,9 °C en een gevoelstemperatuur van -0,1 °C. De minimum temperatuur was 2,2 °C en de maximum temperatuur 5,7 °C. De zon liet zich amper zien, slechts 0,6 uur. Er viel 5,9 mm neerslag verspreid over 7,9 uur. Het was een zwaar bewolkte dag.”  Dat was het weer op 7 februari 1968. Niet dat ik mij dat herinner, wat voor weer het die dag was, de sterfdag van mijn vader, nu 48 jaar geleden. Maar via een website is dat te achterhalen.
Ik weet ook niet meer waar ik was toen ik het bericht kreeg dat er iets met mijn vader was. Ik was in Eindhoven, maar of ik op de Akademie was of thuis bij mijn broer, ik weet het niet meer. Ik weet alleen dat ik met een van mijn broers direct naar Nijmegen reed. Het was een woensdagmiddag en van wie we het bericht kregen, geen idee.
We waren te laat. Hij had niet op ons gewacht. Zijn tijd was geweest. Ik was 22. Mijn tijd moest nog komen. Ik zat in mijn afstudeerjaar, midden in mijn examens, een paar weken daarvoor verloofd. Dat deed je nog in die tijd. Dat heeft hij nog meegemaakt, mijn afstuderen niet meer.
Mijn broers en ik gingen naar het ziekenhuis. Daar was hij overleden. Ik zie een brancard in een kille kamer voor me. Mijn vader dood. De ruwheid van zijn laatste ademtocht gekerfd in zijn gezicht. Goed zo. Zo ziet de dood, onopgesmukt eruit. Geen ontkomen aan.
Een paar dagen later wordt hij begraven. In de kist een man die op mijn vader lijkt. Te veel blos op de wangen, de lippen te rood, zijn haren de verkeerde kant opgekamd. Een beeld dat in de loop der jaren steeds meer een karikatuur wordt en in weinig meer lijkt op een van zijn laatste foto’s. Een beeld zoals ik hem graag herinner. In zijn stoel, met zijn krant. Johan Roelofs 1891-1968.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *