Stukje

Ik was naar Den Haag. Mijn geregelde vriendenbezoek. Ik geniet van zulke dagen. Oud contact in stand houden. Samen lunchen. Bijna vast pandoer is ook een bezoekje aan het Museum Beelden aan Zee, thee en nog een hapje eten. Mooi dagje.
En de treinreis. Tijd om eens lekker bij te lezen, puzzeltje in de krant oplossen, een beetje mijmeren en tegenwoordig ook wordfeud spelen. ‘Kneepjes’ leverde me maar liefst 126 punten op. Ik las in Connie Palmens laatste boek en werd weer geraakt door haar opmerkingen over de verhouding tussen werkelijkheid en literaire fictie. Ik kan me in haar opvatting vinden dat je in fictie grote vrijheid hebt, ook al schurkt die fictie dicht tegen de werkelijkheid aan. Wiens werkelijkheid? Welke waarheid? “De waarheid is nog een verhaal”, schreef Jan Brokken in zijn roman ‘Voel maar’.
In de trein naar het westen, hoe vaak maakte ik die reis al niet in mijn leven?, is er altijd dat verbazende stukje onderweg naar station Arnhem en vandaar verder richting Utrecht. Ik bedoel dat kleine dubbelstukje traject dat je aflegt tussen de Rijn en het station en dan weer terug over dat zelfde stukje. Maar net voor de Rijn staan de wissels de andere kant op en reis je niet terug naar N. maar ga je richting de kust. Na al die honderden keren raak ik no steeds licht verward. Ik kan goed tegen achteruit reizen, -want ook al zit je tegen de rijrichting in, je gaat toch vooruit-, maar ik ga in Arnhem toch als het mogelijk is verzitten om weer vooruit te reizen. “Naar de toekomst die ons behoort”, zongen we vroeger bij de verkenners. Misschien is dat wel het vreemde en het eigene aan dat stukje traject. Van vooruit ga je weer achteruit om toch verder te komen. Je leven in 3-, 4-kilometer spoor.
Als ik ’s avonds terug reis ga ik zeker verzitten, richting N. En zie de lichten van de stad. Ik ben weer thuis. Het was een mooi dagje.

Een reactie op Stukje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *