Trouwen

1963. Ik zat in de laatste klas van de HBS. En zij zat op de MMS St.Rosa. Mijn eerste liefde. We hebben wel 3 weken of 3 maanden verkering gehad. De herinnering laat ons op dit punt in de steek. En verkering was eigenlijk een veel te groot woord. We liepen met elkaar. Geheime ontmoetingen. Ik fietste langs haar huis. Belde drie keer met mijn fietsbel, precies zoals in een toen populair liedje: “Als ik drie keer met mijn fietsbel bel, nou dan weet je het wel.” En we wandelden op het terrein van Heijendaal, dat toen nog niet door de Radboud Universiteit was volgebouwd. Hoe het uitraakte? We werden betrapt en wij moesten binnenkomen. “Wat voor toekomst zie je voor je?”, vroeg haar moeder. Ik wist toen niet eens hoe je dat woord schreef. Er kwam een moederlijk verbod. Wat gezeglijk waren we toen nog. Einde eerste kuise verliefdheid. We verloren elkaar uit het oog. Ik bleef in Nijmegen, een mislukt jaar op de toen nog Katholieke Universiteit, zij naar Engeland. En we zagen elkaar nooit meer.
Een eerste liefde laat je nooit meer los. Het blijft een tedere herinnering, die met de jaren alleen maar mooier, romantischer wordt. En dan typ ik haar naam in op een vriendensite. We krijgen weer contact. Na 45 jaar ontmoeten we elkaar weer. Wel veranderd, maar toch dezelfde. En nu spreken we een paar keer per jaar af. In Nijmegen of bij haar. Bijna 50 jaar geleden kon ik geen antwoord geven op de vraag wat onze toekomst zou kunnen zijn. Bij zo’n kalverliefde hoort dat niet en valt het woord trouwen al helemaal niet. Vandaag wel. Zo dadelijk stap ik in de trein, naar de stad waar zij woont, waar haar kinderen wonen. Daar ga ik als ambtenaar van de burgerlijke stand haar dochter trouwen. Trouwde ik niet de moeder, trouw ik toch de dochter!

2 reacties op Trouwen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *