Uil

We hebben Hedwige gezien. Statig wiekte ze voor ons uit op het pad, de witte uil van Harry Potter. Ik weet ook wel dat het Hedwige zelf niet kan zijn, maar gewoon een andere witte uil. Kon Hedwige helemaal niet zijn. Verkeerd land, verkeerd kasteel waar ze naar toe vloog. Leek in de verste verte niet op Zweinstein. Maar dat maakt de omgeving hier niet minder sprookjesachtig. Fietsten we eergisteren noordwaarts langs het Canal  du Nivernais, gisteren deden we dat zuidwaarts. We peddelen over het voormalige jaagpad langs het kanaal en halen van tijd tot tijd een plezierbootje in, dat zijn weg zoekt via de vele sluizen die het kanaal rijk is. Elk sluisje is een plaatje dat zo getekend zou kunnen zijn door Anton Pieck. Naast elk sluisje staat een popperig huisje, getooid met bloemen en omgeven door een fleurige tuin. In het huisje woont een sluiswachteres, die de sluis met handkracht bedient. Dames met spierballen die van de ene kant van de sluis naar de andere blijven hollen bij het schutten van de jachtjes. Het blijft een mooi gezicht hoe een paar meter hoogteverschil wordt overwonnen.
Op ons tochtje de volgende dag gaat het kanaal even over in meanderend riviertje. Maakt het beeld nog idyllischer dan de dag tevoren, toen het kanaal als langs een liniaal getrokken gegraven lijkt te zijn.
We groeten tegemoetkomende fietsers met een gemompeld “Bonjour” en krijgen een zelfde groet terug, ondanks het feit dat ik vermoed dat de meeste “Goedendag” beter hadden verstaan.
Ik fiets met licht lichamelijk ongemak. Bij het van de fietsendrager aftillen van het rijwiel forceer ik een spiertje in mijn arm. Ai, we zijn tenslotte in Frankrijk. Ik verbijt het ongemak. Ben erger gewend.
Vanochtend al boodschappen gedaan. Extra veel, we verwachten vrienden die even langs komen. Misschien horen ze, net als wij, de uil roepen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.