Uitvaart

Ik ben net thuis van een uitvaart. Een zakelijke relatie van Gade uit haar werkzame tijd was plotseling overleden. Zo maar ineens. Niet ziek geweest, weinig gemankeerd, genietend van het leven. Met zijn auto naar de wasstraat gereden voor een poetsbeurt en daar zo maar, boem, de geest gegeven. Als ooit het ‘gij kent dag noch uur’ van toepassing is, dan nu wel. Ik vergezel Gade naar het crematorium, waar het druk is, heel druk. De overledene stond nog midden in het leven. Nu is er geen enkele leeftijd geschikt om te sterven, maar hij was nog lang niet aan zijn pensioen toe. Te jong, zeggen we dan. Maar met leeftijden houdt de dood geen rekening.
De zon schijnt uitbundig als wij het parkeerterrein oprijden. Zoveel stralend herfstlicht. Een bijkans te overdadig decor voor waar we hier samen komen. Het stroomt vol. Gemompel van mensen die elkaar zacht begroeten. Hier en daar een knikje, een handdruk, een vluchtige zoen. Gade ziet veel oud-collega’s terug, ik ken er enkele.
Een stem vraagt om aandacht. Voor de bijeenkomst begint is er de mogelijkheid afscheid te nemen van de overledene. De kist is nog open. Ik herken in de dode nauwelijks de man op de foto die bij de kist staat of op de man die ik een paar maanden geleden nog sprak. De dood heeft ontegenzegbaar de regie overgenomen. Ik wordt geraakt door het verdriet dat ik bij anderen zie.
De bijeenkomst begint. Een bijeenkomst die niets van een dienst heeft. Er is muziek die ik niet kan plaatsen, die bij mij geen emotie oproept of versterkt. Er zijn vier sprekers die ieder op hun eigen manier recht doen aan de overledene. Maar sprekers en muziek en een veelheid aan groot geprojecteerde dia’s wisselen elkaar in een onstuitbaar tempo af. Er is geen moment van bezinning, rust en reflectie ingebouwd. Er is alleen maar dood. Het verdriet blijft groot en schrijnt, maar lijkt verstopt te worden. Ik krijg nauwelijks tijd om het een plaats te geven.
Ik praat na. Ooit als het zover is wil ik ook stilte, naast aandacht, beschouwing over leven en dood, wierook en zegen en een sprankje hoop dat het onzegbare, al is het maar even, gehoord wordt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *