Uur

Het uur dat ik per dag ongeveer gebruik om een stukje te schrijven is vannacht weer verdwenen. Over een aantal maanden krijg ik dit verloren uur terug, maar vandaag duurt mijn dag een vierentwintigste deel korter. Terwijl ik sliep, ik had er geen weet van, werd het om 02.00 uur zo maar ineens 03.00 uur. Het uur verdween naar niets, naar nergens. Het uur van de wolf, die zacht huilt naar de maan en verlangt weer mens te zijn.
Ik zou mij nu ontslagen kunnen weten van het schrijven. Met dat uur verdwijnt ook alles wat in dat uur gedaan had kunnen worden. Maar ik heb dat moment verslapen. Ik heb al slapende de tijd ingehaald. In een oogwenk werd ik een uur ouder, zoals ik straks in die zelfde oogwenk een uur jonger zal worden, alsof we met het verzetten van de klok de tijd kunnen tegenhouden of versnellen.
Wat maakt het eigenlijk uit te weten hoe laat het is, wat voor dag het is, welk jaar? Maakt het verschil of ik vandaag 29 maart 2015 noem of  9 nisan 5775. Is tijd niet als een roos, die ook al noemde je hem anders, toch even zoet zou ruiken.
Heb ik het uur dat mij vannacht ontstolen werd, wel nodig? Heb ik niet tijd genoeg? Of misschien wel, zonder dat ik het weet, te weinig? Aan dat tekort helpt het uur dat ik straks in oktober er weer bij krijg ook niet. Wat is één uur op de ruim 607.000 die er sinds mijn geboorte zijn verlopen.
Altijd te weinig, altijd teveel. En daarom precies genoeg.
Een tijdloos bestaan, de eeuwigheid in een milliseconde, dat lijkt me wel wat. Alles in één keer mee maken, in één keer voorbij, voorgoed voorbij en tegelijk houdt het nooit op.
Vanochtend heb ik alle klokken in huis verzet. Ik ben weer bij de tijd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *