Verhuizen

Vanochtend bij de koffie vraagt Gade wat ik aan het lezen ben. Ik weet dat zij dat niet bedoeld, maar gevat als ik ben, antwoord ik haar met mijn meest guitige glimlach: “De krant!” Geen woord is bezijden de waarheid, want de Trouw ligt in al zijn glorie voor mij op tafel. “Nee, ik bedoel welk boek”, preciseert zij. Eigenlijk ben ik in geen enkel boek bezig. Op de stapel ligt ‘Victor‘ van Judith Fanto te wachten. Gade heeft gezegd dat ik dat boek met lezen, het is meer dan de  moeite waard. Over een weekje gaan we even weg naar een huisje in de Achterhoek. Ik neem mij voor Viktor dan als reisgenoot mee te nemen. Weg van de stad blijft die toch dichtbij, want Nijmegen is deels het decor van dit boek. Maar misschien zal ik daar ook wel Jan Brokkens nieuwste boek ‘De tuinen van Buitenzorg‘ lezen. Ik heb de eerste bladzijde gelezen, maar dat is bij Jan Brokken altijd een groot risico. Brokken is zo’n verteller dat hij je in de korte keren het verhaal insleurt. Maar Jan moet nog maar even wachten want eerst is ‘Mijn lieve gunsteling‘ van Marieke Lucas Rijneveld aan de beurt. Een paar weken geleden was ik daarin begonnen, maar ik kwam erin het eerste hoofdstuk al niet meer doorheen. Ik kreeg er geen grip op, had niet door wie wie was. Husselde romanfiguur en schrijfster door elkaar en raakte in de war van het zo goed als ontbreken van punten in het eerste hoofdstuk, wat  leidt tot paginalange zinnen. Er staat een gedrukte opdracht in het boek ‘voor jou’. Ik raakte daarvan niet overtuigd. Het boek kwam op het tafeltje naast mijn leesstoel te liggen. Verder onaangeraakt.
Gades vraag begreep ik als een uitnodiging. Ik heb mij een uur met mijn lieve gunsteling beziggehouden. Een nieuw boek beginnen is als een verhuizing. De luie stoel is het vervoermiddel dat je naar de wereld van het boek brengt. Even dapper doorlezen en van mijn werkkamer verhuis ik naar een boerderij en wordt een veearts, die in de ban raakt van de romanfiguur die ondanks de mededeling dat het verhaal fictie is verdacht veel op de schrijfster lijkt.  Het motto van het boek is:
Ken me dan maar,
weet wie ik ben
en doe maar.
Ik ben weer aan het lezen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *