Vlees

Ik ben gisteren drie keer nat geregend. De buienradar beloofde weliswaar dat de meeste regen de andere kant op zou gaan, maar ook motregen kan je heel erg nat maken. De eerste keer dat ik weer verregend thuiskwam, was nadat ik naar de “goede” slager op de Fransestraat was gefietst. “Goede” slager, zo noemen wij hem als onderscheid van Albert Heijn. Op mijn boodschappenlijstje staan lamshaasjes. Bij de goede slager staan grote vitrines met allerlei soorten vlees, een grote uitstalkast met malse producten. Ik vind de lamshaasjes wat klein, maar de vrouw, meisje nog dat mij bedient, merkt snedig op  dat lammetjes nu eenmaal niet groot zijn. Thuis vindt Gade de haasjes ook wat klein en mogelijk te weinig voor een etensgasten die we krijgen. Dus even later ik weer op de fiets, heenreis droog. Bij de slager liggen er nog lamshaasjes in de vitrine. Samen met die al thuis liggen, moet dat genoeg zijn. Op de terugweg regent het weer.
Aan het eind van de late middag heb ik een vergadering bij iemand thuis. Die woont aan de Nieuwe Marktstraat, aan de oneven kant. Dat is een keurige nieuwbouwkant met forse huurhuizen. De even kant van die straat is Nijmeegs red light district, dat toch een mooi eufemisme is voor hoerenbuurt. Die kant van de straat hult zich in een zwoel  rood licht en de hoge panden weerspiegelen in de natte straat. Want het regent. Het regent zo dat de buitjes van de ochtend een milde douche zijn in vergelijking bij wat er nu valt. Ik dacht altijd mijn stad te kennen, maar in het schemerduister van de vallende avond ontvouwt zich een beeld dat ik niet kende. En ik zie nu een huizenhoge vitrine met een opeenstapeling veel minder mals vlees dan vanochtend bij de slager. Het is een Felliniaans beeld. Twintig rood omrande ramen met achter de meeste een vrouw, een meisje. In de natte straat geen enkele klant. Het regent te hard voor de betaalde liefde.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.