Vroom

Dinsdagmiddag, net na vieren kwam het definitieve bericht. Vroom en Dreesman bleek niet meer te redden. Op geen enkele manier. De legpuzzel was niet meer te maken, misschien waren er zelfs wat stukjes kwijt. In zo’n geval blijven er altijd gaten, grote gaten. Achtduizend man en vrouw op straat. V&D wordt geschiedenis, wordt herinnering.
Ik was geen vaste klant bij V&D. Liep er af en toe binnen, soms alleen maar om de hoek Burchtstraat/Broerstraat af te snijden. Soms kocht ik er een overhemd, dan weer een fotolijstje. Destijds werkte op de sportafdeling Pedro Koolman. Die voetbalde bij N.E.C. en die kon ik dan in levende lijve bewonderen, maar durfde hem nooit aan te spreken. Helden sprak je niet aan, die bewonderde je. Dat was in de tijd dat er nog geen roltrappen bij V&D waren. Of misschien toch wel. Het geheugen maakt van herinneringen vaak een mengelmoesje.  De roltrappen kwamen op de plaats van de grote trappartij in de winkel. Op het entresol in die partij stond het aapjesorkest. Daar zat je echt voor een dubbeltje op de eerste rang. En dan was er dat zaterdagse uitstapje, met mijn veel oudere zussen naar het restaurant van V&D. Huzarensalade, geen lekkerder huzarensalade dan bij V&D. In mijn herinnering deden we dat wekelijks, in werkelijkheid zal het maar een keer of drie, vier zijn geweest.
V&D was een statige winkel. Het had allure. Maar wat moet er nu met al die lege verdiepingen. Staat de roltrap al stil? Zijn de schappen al leeg en galmt het als in een lege kathedraal? Zij de eerste ruiten al ingegooid, slapen de zwervers er ’s nachts binnen?
In het zesde couplet van het Wilhelmus komt de regel voor “dat ik toch vroom mag blijven, uw dienaar t’allerstond.” Vroom heeft niet mogen blijven, daar helpt zelfs geen volkslied bij. De allerstond duurde tot 16 februari, iets na vieren.

Een reactie op Vroom

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *