Werkbank

Ik bracht haar ontbijt op bed. Ze hoest nog lelijk. Niet van die veelbelovende los zittende (excusez le mot) rochels, die vertellen dat het ergste voorbij is. Nee, het zit zelfs na een weekje nog tamelijk vast. De hele afgelopen week was de lappenmand haar vast woon- en verblijfplaats. Niet zwaar ziek, maar zo’n griepje of fikse verkoudheid die je steeds doen twijfelen tussen toch maar in bed blijven of opstaan, wat rond krummelen en weer besluiten even te gaan liggen. En dat alles gelardeerd met afwisselend hoofdpijn, keelpijn en nu-geloof-ik-dat-het-me-ook-nog-in-de-rug-is-geschoten-pijn. En dan is er die niet af te zeggen vergadering en wordt er een ruime halve dag naar het werk gegaan.  Stom maar “ik kon echt niet wegblijven.” Zo’n week dus.
Gistermiddag kwam ik thuis van een Turkse bruiloft in Nijmegen. Een bijzonder feest met muzikanten, een heuse trouwkoets, veel mooi opgemaakte mensen voor een te kleine ruimte en twee consumptiebonnen per gast. En van mij mochten de bruid en bruidegom in het Turks ja-zeggen: “evet”. Voor de zekerheid had ik ook het Turkse woord voor “nee” opgezocht: “hayir”. Ik kwam dus thuis en de patiënte zat zowaar beneden op de bank. Omringd door vergaderstukken, mappen, losse papieren, haar laptop, een vaste en een mobiele telefoon en als belangrijkste attribuut een doos Kleenex. Ja, het moest even, even wat zaken wegwerken en dat alles tussen het kuchen, proesten, niezen, snuiten en hoesten door. En zo werd de comfortabele 3-zitsbank tot een echte werkbank met het eigentijdse gereedschap van de hedendaagse hoofdarbeidster. Zelf ben ik even boven op mijn computer aan de gang gegaan. Toen ik anderhalf uur later naar beneden ging, had de bank weer een van zijn oude functies terug, die van slaapbank. De laptop stond nog aan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.