Zijn

Ik denk wat af de laatste tijd. Mensen vragen me wel eens wat ik zo de hele dag doe. Of ik me niet verveel. Nu is dat een van de dingen die ik uitstekend kan. Ik zou mij zelfs een meester in het vervelen willen noemen. Ik denk dat dat zo’n beetje tot de hoofdbestanddelen van mijn bestaan is geworden. Vervelen en verder wat denken, wat lezen en natuurlijk mijn ruim 300 woorden per dag schrijven, daarover peinzen, in mijn hoofd een opzetje maken, dat weer verwerpen en uiteindelijk komt er vaak toch heel iets anders uit dan ik van plan was.
Maar meer nog dan denken ben ik gewoon bezig met er te zijn. Ik denk en ik ben. Dus niet ‘Je pense donc je suis’, maar meer ‘Je pense et je suis’. Het denken is geen voorwaarde voor het zijn. Ik ben er en ik denk. Soms is mijn zijn denken, soms lezen, soms tv-kijken en soms vervelen. En soms is mijn zijn alleen maar zijn. Zijn is dan het werkwoord. En daar kun je dan heel druk mee zijn.
Dat en nog veel meer en nog veel minder overdacht ik vanmiddag zittend op mijn bank in de achtertuin. Gekoesterd door de zon, de kat rond mijn voeten. Gedachten die komen, maar vooral gaan. En meer nog dan denken hoe en wat er is, ervaren hoe het is te zijn, louter zijn.
Na een half uurtje, maar wat is tijd, sta ik op. De zon is achter de wolken verdwenen, het stralend licht gedoofd. Ik maak mijn lunch, eet mijn boterham, zet een kop koffie en blader de krant nog eens door. Kijk naar het vragenuurtje in de Tweede Kamer. En met al die kleine dingen heb ik het bijna te druk om er eenvoudigweg te zijn. Zijn, de zin van mijn bestaan, ik zou er nog veel meer tijd voor moeten inruimen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *