ZKV

Voor mijn verjaardag kreeg ik heel wat boeken. Ik las daarvan onder meer Margje van Jan Siebelink, De Ochtendgave van A.F.Th van der Heijden, De onervarenen van Joke van Leeuwen en Je kwam niet terug van Marceline Loridan-Ivens. Nu ben ik bezig in De Libelleman van A.L. Snijders. Dat laatste boek is een verzameling van zijn ZKV’s. Zeer Korte Verhalen. Zo noemt hij de stukjes die hij met regelmaat schrijft. Ik kende Snijder eigenlijk alleen maar van zijn wekelijkse bijdrage in de VPRO-gids. Nu dompel ik mij dagelijks een paar keer onder in zijn verzameling zkv’s, die in lang niet alle gevallen een afgerond verhaaltje zijn. Het zijn waarnemingen, beschouwingen, opmerkingen. Nu wil ik mij niet meten aan Snijders, maar het is toch geregeld of ik in een spiegel lees. Ik zie hoe hij bezig wordt gehouden door het alledaagse, de kleine gebeurtenis, de toevallige ontmoeting. En in een paar woorden word je meegetrokken in zijn verhaaltje, zijn beschouwing, word je geraakt door zijn opmerking. Dat is bijna een op een met wat ik met dit dagelijkse blogje wil. Voor mij zelf de wereld even stil laten staan, een moment even condenseren en in die rust van iets meer dan driehonderd woorden die wekelijkheid van een paar kanten bekijken, een beetje oppoetsen, een andere glans geven. Op de eerste plaats doe ik dat voor mijzelf. Ik geniet van het schrijven, van het niets toch iets maken, een herinnering vast leggen. En dat er wat mensen meelezen, dat is mooi, heel mooi.
Snijders noemt zijn stukjes zkv’s. Hij heeft die term gemunt en is daar een meester in. Bij hem mag een zkv zo’n 220 woorden zijn. Als ik schrijf mag ik na 300 woorden naar en afronding toegaan. 300 is de ondergrens, 400 de absolute bovengrens. Ik vind het een geruststellende gedachte dat voor mij min of meer belangrijke of boeiende zaken in iets meer dan 300 woorden te vangen zijn. Maakt de wereld zeer inzichtelijk en soms zelfs te begrijpen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *