Huwelijken

Ik word al vroeg gebeld. Nog tijdens het ontbijt. Toegegeven, mijn ontbijt is niet zo heel erg vroeg, maar ik word zelden op dat tijdstip gebeld. Het is de bruid van het huwelijk dat ik binnenkort ga sluiten. Een bruid in de morgen. Weken geleden had ik met haar en haar aanstaande, -ik hou van dat mooie bijna in onbruik geraakte woord-, het voorgesprek om het een en ander rond de huwelijkssluiting te bespreken. Daarin hadden zij aangegeven dat zij allebei iets meer wilden zeggen dan alleen maar “ja”. En of ik daar met de opbouw van de plechtigheid rekening mee kon houden. Uiteraard kon dat. Mijn uitgangspunt is dat het het feestje van het bruidspaar is. Wat zij willen gebeurt, wat zij niet willen gebeurt niet. Maar nu belt de bruid al vroeg op. Ze willen toch niet zelf spreken. Want wat je voor elkaar voelt, wat je van elkaar vindt dat vertel je toch vooral tegen elkaar en dat stukje intimiteit deel je met zijn tweeën, niet met alle gasten.  Of ik dat goed vind? Vanzelfsprekend. Maar of de ceremonie dan niet erg kort gaat duren, als zij niet spreken? Ik weet niet hoelang ze van plan waren het woord te voeren, maar ik stel haar gerust en zeg dat ik de vrijkomende tijd graag zal vullen. Ik hoor haar opgelucht ademhalen: “We waren bang dat het dan misschien wel heel erg kort zou gaan duren.” Ik verzeker haar dat ze dat niet hoeven te zijn. We nemen afscheid met een “Nou tot gauw dan.” In mijn werkkamer pak ik de aantekening voor dit huwelijk. In mijn werkpapier haal ik de woorden “bruidspaar spreekt elkaar toe” door. Vier woorden minder. De ervaring leert dat de overgebleven 2500 ruim voldoende zullen zijn voor een mooie plechtigheid. Niet te lang, niet te kort.
Dat vertelde ik onlangs ook aan de vader van weer een andere bruid. Hij zal over een dag of wat zijn eigen dochter in de echt verbinden en ik praat hem bij over de in en outs van het trouwambtenaar zijn. Dat is en blijft een plezierig bijbaantje.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *