Komen & Gaan

We lopen elkaar geregeld tegen het lijf. Hij woont tenslotte maar een paar straten van mij vandaan. Tijdens die terloopse ontmoetingen blijft het bij de gebruikelijke uitwisselingen. Geen gesprek. Zo heel af en toe spreken we ook af elkaar wat langer te spreken. Niet dat we veel te bespreken hebben, het is een gezamenlijk ophalen van oude herinneringen aan onze tijd op de academie, nu al meer dan 50 jaar geleden. De gesprekken lijken dan ook veel op een herhaling van zetten, maar zonder dat dat tot een remise leidt. We spraken af in het koffiecafeetje op de hoek, maar dat is wegens vakantie gesloten. Ik stel voor uit te wijken naar een gelijksoortig etablissement aan het andere eind van de straat. Als ik met de auto aankom (het kon wel eens gaan regenen) zie ik mijn gesprekspartner bij de ingang. Ik parkeer mijn auto en ga naar binnen waar ik verwacht hem aan te treffen. Niets van dat alles. Het cafeetje zit vol, maar hij is er niet. Ik dacht toch duidelijk hem bij de ingang te hebben gezien. Er is nog een tafeltje vrij, daar ga ik zitten. Op de vraag van de bediening wat ik wil gebruiken zeg ik dat ik nog even wacht op de komst van de ander die ik hier eigenlijk al had verwacht. Ik ga hem bellen. Hij zegt dat hij bijna bij mij thuis is. Omdat hij mij in het cafeetje niet zag is hij maar naar mij toegelopen. Ik zeg hem dat ik er al een tijdje zit, hem bij de ingang zag, maar binnen niet aantrof.
Zijn kant van het verhaal: hij was binnen geweest, zag mij niet en dacht ik loop zijn richting uit dan kom ik hem wel tegen.
Dus dat wat ik duidde als een aankomst van hem was voor hem een vertrek. Een zelfde gebeurtenis, verschillend beleefd.
Hij komt voor de tweede keer deze kant op. Het eerste gespreksonderwerp is duidelijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *