Provo

Ik had een kamer in Amsterdam. Van midden 1965 tot midden 1966. Een kamer kon je het nauwelijks noemen. Zelfs kamertje was een te grootse benaming voor de schamele vierkante meters die ik voor ƒ 65,-  per maand huurde van de familie Dankelman aan de Roelof Hartstraat. Roelof Hartstraat 28, een hoog of twee hoog, dat ben ik vergeten. Het kamertje was zo klein dat als ik het opklapbed wilde uitklappen, en dat wilde ik toch elke avond, ik de keukenstoel die bij de inventaris hoorde, op het schrijftafeltje moest zetten. Anders kon het bed niet naar beneden. Ik woonde daar omdat ik stage liep in Amsterdam. De eerste paar maanden bij het club- en buurthuiswerk van Ons Huis in Geuzenveld. Geuzenveld, waar ik nu nog wel eens van hoor in de fileberichten, als afrit van de ringweg rond de stad. Van het club- en buurthuiswerk hoor je steeds minder. Ik weet niet of de term nog bestaat en ik ga ook niet uitleggen wat het is of was. Het laatste half jaar was ik stagiair bij de Nederlandse Mime Stichting. Mooie tijd op de mimeschool van Jan Bronk en bij de theatergroep Carrousel van Rob van Reijn, met roemruchte namen als Rob Krot en Peter Faber.
Ik had een kamer in Amsterdam midden in de provotijd. Maar de door hen georganiseerde happenings zijn volledig aan mij voorbij gegaan. Die happenings rond het beeld van het Lieverdje aan het Spui waren in het weekend. En in het weekend gingen brave studenten nog naar hun ouderlijk huis met een weekendtas vol vuile was. En ik was een heel brave student. Bovendien wachtte in mijn geboortestad mijn net verworven lief, die als eveneens brave studente vanuit Eindhoven de weekenden ook bij haar ouders doorbracht. En zo miste ik de provo-manifestaties. Mijn bijdrage aan de revolutie bestond er uit dat ik voor een paar kwartjes, misschien een gulden, het provoblad kocht op het Amsterdamse Stationsplein als ik op vrijdag laat in de middag de trein naar Nijmegen nam en zo het ludieke oproep de provincie inbracht.
Provo, ooit geducht en gevreesd door de toenmalige angsthazige burgemeester, heeft maar twee jaar bestaan. En nu koestert de huidige burgemeester het als een stukje bijzondere geschiedenis van zijn stad. Ja, de tijden veranderen en ik liet die tijd aan mij voorbij gaan.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *